Klimaatpositief ondernemen

Het kantoor met de hoogste score wereldwijd voor duurzaamheid staat in Limburg. Dit klimaatpositieve gebouw van Geelen Counterflow is voor hen een belangrijke eerste stap. Deze mijlpaal is namelijk verbonden met een nog veel grotere ambitie. Ondernemer Sander Geelen vertelt over zijn visie, die is voortgekomen uit een indrukwekkende en persoonlijke ervaring.

Door Martijn Raaijmakers: consultant, coach, spreker en schrijver bij NieuwsteOrganiseren.nl
Serie interviews over: Nieuwste Organiseren in de praktijk

Onder de rook van Roermond staat het bedrijfspand van Geelen Counterflow. Dit internationale bedrijf ontwerpt, bouwt en installeert droog en koelsystemen voor voedingsmiddelen. Het bedrijfspand van Geelen Counterflow is de reden van mijn ontmoeting met directeur Sander Geelen. Dit unieke kantoor, opgeleverd in 2015, heeft namelijk de hoogste score wereldwijd voor duurzaamheid behaald: 99,97%. Deze score is gebaseerd op het internationale Breeam certificeringssysteem en daar zijn inmiddels wereldwijd meer dan 500.000 gebouwen mee doorgemeten.

Foto door Adam Mork

Het kantoor van Geelen Counterflow genereert op jaarbasis 50% meer energie dan het verbruikt en in plaats van staal, beton of steen is het gebouw vrijwel volledig van hout. De hiervoor gebruikte bomen zijn afkomstig uit een duurzaam beheerd bos en deze hebben tijdens hun levensduur CO2 geabsorbeerd. Daarom heeft dit prachtige bouwmateriaal zelfs een negatieve CO2 voetafdruk.

Ik ben geboeid door wat ik in mijn voorbereiding heb gelezen en benieuwd naar wat Geelen als koploper drijft en wat zijn motieven zijn. Als ik mijn auto tegenover het gebouw parkeer, valt mij de schoonheid van het gebouw direct op. Een esthetisch hoogstandje met een mooie balans tussen glas en hout. Deze aangename eerste aanblik is nog maar het begin van een prettig gesprek in een wonderlijke kantooromgeving, waarin je ervaart hoe het anders kan.

Oplossen van het klimaatprobleem

Ondernemer Geelen begroet mij vriendelijk. Mijn eerste indruk van hem is dat het een no-nonsense,
 intelligent en sociaal-betrokken man is. Ik vraag hem naar wat hem drijft. Geelen: “Ik wil een bijdrage leveren aan het oplossen van een probleem en dat probleem kun je breed definiëren. In mijn geval definieer ik het vaak toch wat smaller richting duurzaamheid en daarna heel specifiek in woorden als energie en het klimaatprobleem. Daarmee wil ik de andere problemen niet bagatelliseren. Deze zijn namelijk allemaal onderdeel van hetzelfde totaalprobleem.

Het klimaatprobleem is iets wat mij persoonlijk raakt en ik wil graag een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan het oplossen ervan.

Het klimaatprobleem is iets wat mij persoonlijk raakt en ik wil graag een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan het oplossen ervan. Dat heeft te maken met het soort bedrijf dat wij zijn, mijn persoonlijke interesses en het feit dat ik inmiddels ook de nodige kennis over het klimaatprobleem heb.”

Ik kijk naar de man die tegenover mij zit. Hij spreekt vanuit rust, maar de intensiteit van zijn verhaal 
is hoog. De woorden die Geelen gebruikt komen duidelijk van binnenuit. Zijn sterke verbondenheid met het onderwerp waar we over spreken is te merken aan zijn lichaamstaal en intonatie. Hij vervolgt: “Bijdragen aan de oplossing van het klimaatprobleem is mijn grootste drive. Als je mij vraagt waar dat vandaan komt, dan heeft dat mede te maken met de geboorte van mijn kinderen. Ik ben hierdoor anders in het leven komen te staan, minder materialistisch en egoïstisch.

Hoe zullen mijn kinderen het hebben of zelfs de kinderen van mijn kinderen?

Ik ben ook anders gaan nadenken over de toekomst. Ik ben mij gaan afvragen: ‘Hoe zullen mijn kinderen het hebben of zelfs de kinderen van mijn kinderen?’” Deze woorden van Geelen komen bij mij binnen en ik herken onmiddellijk de drive waar hij het over heeft. In gedachten komen de woorden van mijn zeventienjarige dochter voorbij: ‘Pap, ik zou ooit wel heel graag kinderen willen, maar ik vraag mij af of dat wel verstandig is. Er is zoveel aan de hand in de wereld en met het klimaat, ik weet niet of ik mijn kind dat wil aandoen.’ Oeps.

Virgin Islands, een harde confrontatie

Geelen vertelt dat hij van alles wat niet klopt is gaan observeren en dat hij daar heel persoonlijk mee is geconfronteerd. “Ik ben in ruim 20 jaar tijd twee keer bij een koraalrif geweest bij de Virgin Islands. De eerste keer was in het kader van mijn deelname aan de Whitbread Round The World Race 1989/1990 (nu de Volvo Ocean Race) als bemanningslid van de Nederlandse boot Equity & Law II. In de aanloop daarvoor ging ik snorkelen bij de Virgin Islands.

Ik zag het verschil tussen een prachtig kleurrijk levend koraalrif in 1990 en een grotendeels afgestorven grijs en kleurloos geheel met nog maar een paar visjes erin.

Ik heb daar prachtige foto’s gemaakt en me voorgenomen: ‘Als ik ooit kinderen heb, dan ga ik terug en dan neem ik ze mee naar deze plek.’ De twintig jaar daarna heb ik hele andere dingen gedaan, waaronder dit bedrijf uitgebouwd. In 2010 was ik eindelijk zo ver dat ik een nieuwe bemanning had verzameld voor een nieuwe zeilreis: mijn vrouw en drie dochters van toen 9, 7 en 4. Ik kon regelen dat het bedrijf acht maanden zonder mij werd gerund door het management team.

We vertrokken vanuit Nederland, gingen via de Europese kust naar Marokko en de Canarische eilanden. Daar zijn we overgestoken naar de Caribbean en deze helemaal door gevaren. Bij de Virgin Islands ben ik teruggegaan naar datzelfde eilandje en hetzelfde koraalrif. Ik heb daar gesnorkeld en ik ben me kapot geschrokken!” Geelen stopt en kijkt me betekenisvol aan. Ik vraag hem: ‘Wat gebeurde er, wat zag je?’ Hij vervolgt: “Ik zag het verschil tussen een prachtig kleurrijk levend koraalrif in 1990 en een grotendeels afgestorven grijs en kleurloos geheel met nog maar een paar visjes erin.”

Ik krijg opnieuw een flashback. Recent is de uiterst indrukwekkende documentaire ‘Chasing Coral’ verschenen. Als kijker zie je aan de hand van timelapse opnames hoe wereldwijd prachtige koralen binnen korte tijd, slechts weken en maanden, verbleken en volledig afsterven. Dit is iets wat op deze schaal sinds mensenheugenis niet is voorgekomen en dat terwijl koraalriffen ontzettend belangrijk zijn voor de oceaan. Ze zijn de kweekplaats voor zo’n 25% van al het leven in de oceaan, maken medicijnen mogelijk en bieden als golfbreker bescherming tegen grote golven en cyclonen. Koraalriffen zijn ook een bron van voedsel en inkomen voor circa een half tot één miljard mensen. De reactie van mijn partner was dan ook toen we dit zagen: ‘Als je dit ziet, dan wil je toch nog maar één ding doen en dat is bijdragen aan de oplossing!’

Geelen gaat verder en hij vertelt dat hij al wel eerder had gelezen over toerisme, lokale vervuiling en overbevissing als oorzaken van beschadigde koraalriffen, maar volgens hem is het te makkelijk om die als voornaamste schuldigen aan te wijzen. Toen hij zich erin ging verdiepen, bleek vooral dat koraalriffen niet opgewassen zijn tegen de opwarming van de aarde. Die komt immers voor het grootste gedeelte in onze oceanen terecht.”

Je kan dit vergelijken met alsof je eigen lichaamstemperatuur verandert en zo’n één of twee graden warmer wordt.

Geelen vertelt uit eigen ervaring, wat ‘Chasing Coral’ ook laat zien: Onze planeet is uniek omdat we een oceaan hebben. Die is de bron van het leven en die bepaalt alles; het weer, het klimaat en de lucht die we inademen. Zonder gezonde oceaan hebben we geen gezonde planeet. Maar als je het over de oceaan hebt, dan stijgt de temperatuur van het water. Dat is aan de hand van satellietbeelden en statistieken heel duidelijk te zien. Je kan dit vergelijken met alsof je eigen lichaamstemperatuur verandert en zo’n één of twee graden warmer wordt. Dat wordt uiteindelijk dodelijk. Zo ernstig is het probleem ook voor de oceaan. Het verbleken van het koraal is een stressreactie op de te hoge temperaturen van het zeewater, net zoals koorts bij mensen. Het koraal kan daarvan herstellen, maar meerdere van dat soort stressreacties achter elkaar zijn meestal dodelijk. De oorzaak van de te hoge temperatuur van het zeewater is het versterkte broeikaseffect en de voornaamste oorzaak daarvan is de uitstoot van broeikasgassen door de mens.

Ook zelf de confrontatie opzoeken

Geelen zoomt ter illustratie nader in op het Great Barrier Reef. Dit enorme koraalrif voor de oostkust van Australië was eind 2016 nog in het nieuws omdat wetenschappers de noodklok luidden over het feit dat meer dan de helft van het koraal dood of stervende was en meer dan 90% al was aangetast door verbleking. Geelen: “Ik geloof dat ze daar voor een miljard ingestoken hebben om het toerisme weer te promoten. Dat is natuurlijk heel krom, want uiteindelijk is juist al dat op en neer vliegen over de hele wereld, voor het bekijken van mooie dingen, één van de redenen dat we onze leefomgeving naar de filistijnen helpen.

Ik ben zelf geconfronteerd met de gevolgen van onze levens-stijl.

Dat dit zo is, heb ik niet in de krant gelezen. Ik ben zelf geconfronteerd met de gevolgen van onze levensstijl. Dezelfde confronterende verhalen hoor je ook terug van mensen die jagen, bergen beklimmen, vissen of de Noordpool bezoeken. In zekere zin kan ik iedereen die persoonlijke confrontatie dus ook aanbevelen. Zoiets verandert je leven onmiddellijk, want je ziet de dreiging rechtstreeks onder ogen. Achteraf was het ook voor mij het kantelpunt. Daarna ben ik me hierin gaan verdiepen en op zoek gegaan naar: ‘Wat is hier aan de hand?’

Als je enigszins mindful bent op dit vlak, dan raak je enorm nieuwsgierig en gemotiveerd om dat uit 
te zoeken. Het is tegenwoordig trouwens ook heel makkelijk om zelf toegang te krijgen tot deze wetenschappelijke informatie. Je kan dit eenvoudig boven water toveren en zelf de verhalen van anderen lezen. Hier en daar kom je nog weleens een cynisch, kritisch of sceptisch verhaal tegen, maar dat zijn druppels op een gloeiende plaat: 99% is overduidelijk in de beschrijving van het probleem.”

Privé aan de slag

Ik benieuwd naar wat hij met deze kennis is gaan doen. Geelen: “Ik vroeg mij af: ‘Wat kan ik er zelf aan doen?’ Zoiets begint natuurlijk in je persoonlijke omgeving, want dat is je directe invloedssfeer. In die tijd was er van strategie op dit vlak binnen het bedrijf nog geen sprake. Het zat meer op het niveau van ‘Als ik dan toch een nieuwe woning aan het bouwen ben, dan kan ik die beter meteen klimaat- en energieneutraal maken.’ Ik ging ook anders om met woon-werkverkeer. Ik ging fietsen naar het station in Sittard, kocht een tweede fiets en zette deze op het station in Roermond, om daarmee naar kantoor te fietsen.

Als ik dan toch een nieuwe woning aan het bouwen ben, dan kan ik die beter meteen klimaat- en energieneutraal maken.

Na een paar maanden kwam ik erachter dat ik er ook nog lekker fit van werd en dat de frisse lucht in mijn gezicht ook prettig was. Vervolgens ben ik ook anders gaan eten. Ik ben gestopt met rundvlees eten omdat ik op een gegeven moment inzag dat dit de grootste boosdoener is op het vlak van voeding. Zo zijn er meer wijzigingen van levensstijl die een groot effect hebben. Daarom ging ik ook anders om met afval. Natuurlijk wil ik afval in de eerste plaats zoveel mogelijk voorkomen en indien dat onvermijdelijk is, in ieder geval goed recyclen.”

Het bedrijf meenemen

Foto door John Sondeyker

Ik ben benieuwd naar hoe Geelen het bedrijf op een gegeven heeft meegenomen in zijn nieuwe manier van denken en handelen. Hij zegt daarover: “Het duurde even voordat ik het management team had overtuigd. Ze waren aanvankelijk sceptisch over zo’n grote wijziging van strategie en dat is begrijpelijk. Maar er waren er ook enkelen die het idee vanaf het begin onmiddellijk ondersteunden omdat zij het belang ervan snel inzagen.”

Luisterend naar zijn antwoord informeer ik ernaar hoe belangrijk professionals binnen en buiten het management zijn geweest in dit proces van vernieuwen. Geelen: “Aan de ene kant was het natuurlijk belangrijk, want dit maakte het voor mij veel makkelijker om in de gewenste richting door te zetten. Maar eerlijk gezegd, dat is de andere kant, had ik mij toch niet laten afremmen door diegenen die het in het begin niet inzagen. Gelukkig zijn de meeste mensen uiteindelijk bijgedraaid. Ook zij geloven erin dat dit de juiste richting is. Een grote meerderheid van het bedrijf steunt deze nieuwe strategie, maar we zitten nog niet op 100% en daar zullen we ook wel nooit uitkomen denk ik.

Oké, we gaan onze strategie volledig richten op 100% duurzaamheid.

We hebben het roer zeven jaar geleden redelijk radicaal omgegooid. Op dat moment hebben we duidelijk gezegd: ‘Oké, we gaan onze strategie volledig richten op 100% duurzaamheid.’ Een groot deel van onze mensen ziet dat nu als de juiste strategie en dat is door de jaren heen gegroeid. Het waren er eerst een paar. Elk jaar vertelde ik tijdens de eindejaar-presentatie mijn verhaal aan alle medewerkers. Ik liet foto’s zien van de koraalriffen, vertelde over wetenschappelijke informatie en gebruikte daarbij voor iedereen begrijpelijke beelden.

Ik heb hier een soort interne lobby voor gemaakt. Enerzijds omdat ik het zelf leuk vind en er een passie voor heb om dit uit te dragen, maar ook om mensen met mijn verhaal te overtuigen. Ik kan dit bedrijf namelijk niet van koers laten veranderen, zonder dat de mensen inhoudelijk overtuigd zijn. Dan gaat het niet werken. Daarom ben ik daar druk mee bezig geweest en nog steeds blijf ik mijn verhaal updaten. Ik blijf dingen lezen, toon filmpjes en laat mensen zien: ‘Kijk dit is het probleem.’

Enorm uitdagend doel

Geelen geeft aan dat hij uiteindelijk, door de confrontatie op de Virgin Islands, een enorme uitdaging erbij heeft gekregen. Ik nodig hem uit om daar wat meer over te vertellen. “Nou die uitdaging is dat je nu in één keer een heel ander doel hebt voor je leven en je bedrijf. Dit is anders dan alleen maar groeien of alleen maar meer geld verdienen. Die 100%, die moet er namelijk komen. Ik wil mijn hele bedrijf duurzaam hebben voordat ik kan gaan denken aan minder werken. Genoeg uitdaging dus voorlopig.”

100% duurzaam kantoor, 100% duurzame productie in de fabriek en vooral 100% duurzame producten.

Ik vraag me af wat Geelen verstaat onder 100% duurzaam en ik vraag hem daarnaar. Geelen: “We hebben dat in drie stukken gehakt: 100% duurzaam kantoor, 100% duurzame productie in de fabriek en vooral 100% duurzame producten. We hebben inmiddels een aardige stap gezet met ons kantoor, maar dat is slechts een eerste begin. Ook met onze fabriek zijn we al een eind opgeschoten en we hebben plannen om dit binnen een paar jaar op bijna 100% te krijgen.

Het derde en belangrijkste punt is dat onze producten 100% duurzaam moeten zijn. Het wordt namelijk nog wat moeilijker als je naar de gehele levenscyclus van een machine kijkt en de impact daarvan op het milieu. Deze zogenaamde footprint of voetafdruk, bestaat in ons geval maar voor een paar procent uit de voetafdruk van grondstoffen, fabricage en transport van de machine. Wat grondstoffen betreft, bestaat de machine grotendeels uit RVS en uit het oogpunt van recycling en circulaire economie scoort dat al relatief goed.

RVS is duur en daardoor is de industrie al lang geleden begonnen met recycling. RVS gooi je dan ook niet weg. Goud is een ander perfect voorbeeld van iets dat echt niet weggegooid wordt. Dit bewijst dat als je een keten wilt sluiten, je grondstoffen en energie zwaarder moet belasten, dan wordt de keten vanzelf gesloten. De extra belastingopbrengst moet je natuurlijk wel weer helemaal ten gunste laten komen aan de burgers, anders hou je geen draagvlak voor die maatregelen. Alleen komen bij de productie van RVS wel nog veel broeikasgassen vrij. De staalproducenten zoeken inmiddels al druk naar oplossingen en wij doen natuurlijk het liefst zaken met de meest duurzame producenten van RVS.

Als je een keten wilt sluiten, moet je grondstoffen en energie zwaarder belasten, dan wordt de keten vanzelf gesloten.

Waar we dan nog tegenaan lopen is dat we nu nog steeds veel onderdelen spuiten om het geheel een strak uiterlijk te geven en om lasnaden en dergelijke toonbaar te maken. Eigenlijk is dat spuiten zelf niet heel duurzaam. Zeker niet als je nadenkt over het einde van de machine na enkele tientallen jaren. Dan zit er dus een coating op dat RVS en dat maakt het recyclen moeilijker. Dus je moet of gaan zoeken naar coatings die gewoon meegenomen kunnen worden in de RVS cyclus of je moet stoppen met coaten en het RVS op een andere manier gaan behandelen. Stralen is daar een voorbeeld van. Dat zijn de twee sporen waarin we verder moeten zoeken.

Maar meer dan 90% van de voetafdruk van onze machine bestaat uit het energieverbruik bij de klant. Voor het drogen van voedingsmiddelen zijn enorme hoeveelheden hete lucht nodig en die worden momenteel opgewekt met aardgas. Een gemiddelde droger in de voedingsmiddelenindustrie verbruikt evenveel gas als ongeveer 500 gezinnen gebruiken voor verwarming en heet water. En daarvan hebben we er tot nu toe vele honderden wereldwijd geïnstalleerd. Onze eigen CO2 voetafdruk hier in Haelen valt daardoor volledig in het niet bij de voetafdruk van alle drogers bij onze klanten.”

Geluk door passie

Dit laatste door Geelen beschreven onderwerp kan je op twee manieren bekijken: als probleem of als kans. Iedere goede stap betekent impact. Geelen beaamt dat: “Ja, dan gaat het hard. Ik heb een passie voor bijdragen aan de oplossing van het klimaatprobleem en ik heb het geluk dat ik in een branche zit waarin ik een enorme impact kan hebben. Enorm is natuurlijk nog steeds relatief, want op wereldschaal is het nog steeds een druppel. Maar tegelijkertijd is het een veel grotere impact dan wanneer ik bankier of taxichauffeur zou zijn.

Onze uiteindelijke doelstelling is dat al onze drogers kunnen draaien zonder aardgas.

Onze uiteindelijke doelstelling is dat al onze drogers kunnen draaien zonder aardgas. Dat kan door gebruik te maken van duurzaam opgewekte stoom of door het verbranden van duurzaam geproduceerd waterstof of biogas. Dat soort drogers kunnen we nu al leveren. Momenteel richten we ons op het zogenaamde elektrificeren (gas eruit, elektriciteit erin) van drogers. Dat doen we door de hete lucht voor het droogproces op te wekken met behulp van warmtepompen. De stroom die daarvoor nodig is kan door onze klanten duurzaam worden opgewekt of ingekocht. Voordeel van elektrisch drogen met warmtepompen is dat je wel 60-70% minder energie nodig hebt en het water uit de drooglucht, duizenden liters per uur, kunt hergebruiken. Elektrificeren vergt echter van ons een volledige herontwikkeling van warmtewisselaars en besturingssystemen en ook de benodigde industriële warmtepompen daarvoor zijn nog in ontwikkeling.

We maken de ontwerp-uitdaging bovendien nog een slag moeilijker door te eisen dat de nieuwe systemen toepasbaar zijn voor eerder gebouwde drogers zodat ook bestaande klanten kunnen omschakelen op duurzame energie, zonder dat ze meteen de hele droger moeten vervangen. We zijn al sinds 2014 bezig met die nieuwe elektrische droger en na succesvolle testen in 2016 hopen we de eerste drogers op industriële schaal in 2018 te kunnen leveren.

De meest duurzame droger ter wereld, moet ook de beste droger ter wereld zijn, want anders gaat het niet werken.

Vervolgens is de vraag: ‘Hoeveel klanten overtuigen we hiermee?’ Willen we succes hebben met de verkoop en een echte duurzame bijdrage leveren aan de voedingsmiddelenindustrie, dan is er meer nodig. We moeten er dan voor zorgen dat dit niet alleen de meest duurzame droger is, maar ook de veiligste en schoonste droger, met de langste levensduur en de laagste operationele kosten. Dat is nog een hele uitdaging, maar het is wel zoals wij het zien: ‘De meest duurzame droger ter wereld, moet ook de beste droger ter wereld zijn, want anders gaat het niet werken.’

Die stip aan de horizon is ook wat het extra leuk maakt en zo komen we uit bij geluk. Passie kan dus leiden tot geluk. Daarmee bedoel ik dat ik heel erg gelukkig ben met de manier waarop het nu gaat. Ik kan mijn passie daarin kwijt. Natuurlijk hebben wij met het hele team hard gewerkt aan de bouw en de groei van ons bedrijf. Echter als het alleen maar gaat om groeien, groter worden en nog meer geld verdienen, dan komt er een keer een einde aan hoe gepassioneerd je daarvan kan raken. Ik heb ook niet de indruk dat ik op korte termijn maar enigszins in de buurt kom van het bereiken van mijn stip aan de horizon. Ik kan nog jaren vooruit met het verduurzamen van ons bedrijf en van de productieprocessen van onze klanten.”

Lessons learned

Geelen lijkt mij een man die hierin weloverwogen keuzes maakt. Daarom vraag ik hem naar de belangrijkste lessen die hij onderweg heeft geleerd. Geelen: “Ten eerste moet er veel commitment vanuit het MT op zitten. Dat is belangrijk omdat je veel tegenwind hebt te overwinnen. Er zijn allerlei redenen waarom het niet zou kunnen werken. Als je erin gelooft, dan moet je ook flink hard duwen en trekken. Een voorbeeld daarvan is het meekrijgen van de rest van het bedrijf. Daarvoor is het nodig om je persoonlijke motivatie en passie te laten zien. Je moet het geloofwaardig maken. Daarom toon ik foto’s, want een strategie gaat pas voor je werken als die helemaal uit het puntje van je tenen komt.

Je moet het geloofwaardig maken. Daarom toon ik foto’s, want een strategie gaat pas voor je werken als die helemaal uit het puntje van je tenen komt.

Een andere geleerde les is dat geld verdienen en duurzaamheid elkaar niet hoeven uit te sluiten. Het kan een enorme trigger zijn om de groei en het succes van je bedrijf aan te jagen. Traditioneel lijkt duurzaamheid een kostenpost te zijn. Het tegendeel blijkt waar. Een goed uitgevoerd duurzaamheid-project leidt juist tot een beter resultaat. Dat heb ik ook bij de bouw van mijn nul-energie-woning gezien, want het comfort is beter. Bij elektrische auto’s zijn het accelaratievermogen en de wegligging beter. Ons duurzame kantoor is comfortabeler en prettiger. Zo zijn er allerlei voordelen die volgen uit een duurzame benadering. ‘Geen compromis, juist verbetering’, dat bewijzen vind ik geweldig om te doen.

Inspiratiebron

Foto door John Sondeyker

Ik vraag mij af in hoeverre Geelen een inspirerend voorbeeld heeft waar hij zich aan optrekt. Hij noemt daarbij het bedrijf Interface, een andere koploper die ik ook interviewde voor het boek ‘Nieuwste Organiseren in de praktijk’. In het bijzonder spreekt hij daarbij over de oprichter Ray Anderson. Geelen: “Hij had met Interface een bedrijf in tapijttegels die volledig op olieproducten gebaseerd waren en hij zag een kans om op een andere manier geld te gaan verdienen. Hij zag in dat dit spoor ging eindigen en hij wilde niet meer verantwoordelijk zijn voor de schade aan het milieu. Hij wilde juist graag bijdragen aan de oplossing.

Ik voel precies hetzelfde. Ik wil gewoon niet meer bijdragen aan het nog erger worden van het probleem en dat probleem neem ik ook bloedserieus. Daarom lees ik er zoveel over en volg ik het onderwerp gedetailleerd. Ik heb er ook weleens moeite mee, dat er zo weinig mensen zijn die er echt iets vanaf weten en dat er zoveel mensen zijn die het een beetje bagatelliseren. Terwijl het water ons echt tot aan de lippen staat.”

Ik wil gewoon niet meer bijdragen aan het nog erger worden van het probleem en dat probleem neem ik ook bloedserieus.

Klimaatprobleem is energie-onbalans

Ik vraag hem waar dat uit blijkt. Geelen: “Ons bedrijf is eigenlijk continu met natuurwetten bezig bij het ontwerpen van drogers en koelers. Begrippen zoals thermodynamica, energiebalans, massabalans zijn zo’n beetje onze tweede natuur. Misschien dat we daarom ook wel sneller begrijpen wat het klimaatprobleem is, want dat is in essentie een kwestie van energiebalans. De hoeveelheid warmte die door de zon onze atmosfeer binnenkomt, gaat er door het versterkte broeikaseffect niet meer in dezelfde hoeveelheid uit. De broeikasgassen houden die warmte vast. In een gesloten systeem kunnen land, oceanen, ijskappen en atmosfeer dan dus niet anders dan opwarmen. Meer is het niet en elk jaar dat we nog meer broeikasgassen uitstoten, wordt het probleem dus groter.

Ik vergelijk het vaak met het volgende. Zie voor je dat het voorjaar is. Elke dag wordt het een beetje warmer. Vervolgens doe jij elke dag een warmere jas aan. Ik durf te garanderen dat je er doodziek van wordt. Sterker nog, als je het lang genoeg volhoudt, dan zal elke arts je vertellen dat je dood gaat door oververhitting. Dat is in essentie wat wij aan het doen zijn en dit wordt steeds erger.

De zestien warmste jaren ooit gemeten, hebben zich in de afgelopen zeventien jaar voorgedaan en de laatste paar jaar waren daarvan verreweg de warmste. Dan weet je genoeg.

Af en toe zijn er mensen die zeggen: ‘Het valt wel mee, want het sneeuwt vandaag’ of ‘Het was het afgelopen jaar helemaal niet zo extreem warm’. Dat mag allemaal waar zijn, maar dat zijn plaatselijke of tijdelijke variaties die niks afdoen aan de onderliggende trend van de gemiddelde temperaturen, want die zijn overduidelijk sterk stijgend. De zestien warmste jaren ooit gemeten, hebben zich in de afgelopen zeventien jaar voorgedaan en de laatste paar jaar waren daarvan verreweg de warmste. Dan weet je genoeg.

De kern is dat er nog steeds meer warmte binnenkomt dan eruit gaat en dat het weer daardoor al van slag is. Het weer wordt steeds extremer en dat kan je aan de statistieken zien. Zo is de hoeveelheid regen per bui de afgelopen zes jaar flink toegenomen en dat gaat ongelofelijk hard. De boeren klagen daarover. Die zeggen: voor 1990 hadden we die problemen niet en nu is het bijna elk jaar raak. Als je de berichtgeving op dit gebied volgt zie je het alleen maar escaleren en het gaat sneller dan wetenschappers een paar jaar geleden hadden gedacht.

Dan zeggen we ook nog eens dat we accepteren dat we tot 2 graden verhoging gaan, terwijl we nu bij minder dan 1 graad verhoging wereldwijd al redelijk desastreuse gevolgen zien. Groenland, Noordpool en permafrost smelten in noodtempo, droogte en bosbranden worden desastreuzer, hittegolven komen vaker voor. Vervolgens spreken we in Parijs de intentie uit om de opwarming te beperken tot 2 graden, maar tegelijkertijd doen we toezeggingen over de reductie van broeikasgasuitstoot per land, die ons alsnog ruim verder brengen dan 2 graden. Nederland is daarbij ook nog eens één van de slechtste jongetjes van de klas.”

Verantwoordelijkheid nemen

Foto door Natuurbijhuis.nl

Geelen is van mening dat wij onze welvaart in het westen voor een groot gedeelte konden bouwen door olie, kolen en gas. De te hoge CO2 concentratie in de atmosfeer, is dan ook volgens hem voor een buitensporig groot deel te danken aan de uitstoot van westerse landen sinds het einde van de 19e eeuw. Landen als China en India zijn daar veel later mee begonnen, dus zijn verantwoordelijk voor een kleiner deel van het probleem. Daarbij komt ook nog eens dat onze uitstoot per hoofd van de bevolking vele malen hoger is dan die van India en elk land in Afrika. Geelen is dan ook duidelijk over wat er nodig is:

“Wij moeten als Europa onze verantwoordelijkheid nemen en ver voorop lopen met verduurzaming. Zeker in Nederland lopen we daarentegen ver achter. Hoewel ik optimistisch ben over de invloed op mijn eigen kleine wereldje, word ik daar dan weer pessimistisch van. Ik denk dat we hard de verkeerde kant opgaan en dat we het roer radicaal moeten omgooien. Er zijn nog te veel mensen die hun korte-termijn-belangen belangrijker vinden dan de belangen van toekomstige generaties en van kwetsbare mensen in de derde wereld.

Wij moeten als Europa onze verantwoordelijkheid nemen en ver voorop lopen met verduurzaming.

Ik denk dat het er op aan zal gaan komen dat op allerlei plaatsen serieuze problemen ontstaan en dat mensen dan pas uit zelfbehoud het roer omgooien. Of het dan nog op tijd is, is maar zeer de vraag. Een sprekend voorbeeld hierbij zijn de republikeinse presidentskandidaten in Amerika van vorig jaar. Op één groepje republikeinen in Florida na zeiden ze allemaal: “Er is niks aan de hand, we gaan gewoon maximaal olie pompen’. Dat groepje uit Florida zei echter: ‘Jongens, we moeten beleid gaan maken tegen klimaatverandering’. Dat deden ze omdat ze natte voeten begonnen te krijgen. Bij hoog water komt het zeewater in Miami door de putten omhoog. Alleen met grote pompen voorkomen ze erger”.

In een flits komt opnieuw Chasing Coral in mijn hoofd voorbij, want ook in Florida is 80% tot 90% van het koraal al verdwenen. Geelen noemt in de tussentijd nog een voorbeeld: Californië. “Misschien wel de meest progressieve staat. Dat komt mede door de enorme droogte. Zij voelen dat ze moeten en zo zal het op heel veel plaatsen gaan. Het komt zo dicht bij je, dat je op een gegeven moment als een soort zelfverdediging toch gaat proberen om het roer om te gooien.

Wij zijn de eerste generatie die geconfronteerd wordt met de desastreuse gevolgen van het versterkte broeikaseffect en de laatste generatie die dit kan oplossen.

Er ligt dan ook een enorme druk op de schouders van deze generatie. We kunnen het niet aan de volgende generatie overlaten om het probleem op te lossen, dan is het te laat. Het moet de komende decennia gebeuren: ‘Wij moeten het doen’. Wij zijn de eerste generatie die geconfronteerd wordt met de desastreuse gevolgen van het versterkte broeikaseffect en de laatste generatie die dit kan oplossen.

In de evolutielijn van 100.000 jaar menselijke ontwikkeling zijn we op een punt gekomen dat het aan deze generatie is om het systeem te redden. Dat klinkt dramatisch, maar toch voel ik dat zo. Ik neem het de generatie van onze ouders en grootouders overigens niet kwalijk dat ze dit probleem niet serieus hebben aangepakt. Er was toen eigenlijk nog geen kennis over en als er al kennis was, dan was deze niet breed bekend.”

Authentiek zijn

Geelen is van mening dat het noodzakelijk is om de schade te repareren. Hij zegt daarover: “Eigenlijk moeten we CO2 uit de atmosfeer gaan opzuigen, maar daar is amper de technologie voor aanwezig. De mooiste machines zijn bomen. Er is alleen inmiddels meer nodig om datgene wat we allemaal in de lucht uitgespuugd hebben, weer terug naar binnen te halen en daar iets anders mee te gaan doen. We moeten in die zin in de achteruit.

Als het authentiek en echt is, dan hoeft het ook helemaal niet zo gelikt te zijn.

Hoewel we het niet aan de nieuwe generatie kunnen overlaten, put ik wel hoop uit hun mentaliteit. Ze zijn minder materialistisch en hebben geen geduld voor gelikte PR en voorgekookte verhalen. Ze willen authenticiteit. Authenticiteit is een voorwaarde om mensen mee te krijgen. Als het authentiek en echt is, dan hoeft het ook helemaal niet zo gelikt te zijn.

Een mooi voorbeeld daarvan vind ik Elon Musk. Die man is authentiek en die mag zeggen wat hij wil. Hij is een beetje nerdy en komt tijdens presentaties en interviews soms amper uit zijn woorden. Maar wat hij zegt komt uit zijn hart en zijn tekst is niet eerst door een PR bureau opgesteld. Dat slaat aan. Authenticiteit is ook leuk en het biedt meer mensen de mogelijkheid om anderen te overtuigen. Vroeger moest je allerlei skills leren, want je moest op een bepaalde manier een vergadering voorzitten of presenteren voor maximaal resultaat. Nu denk ik: ‘zorg dat je verhaal klopt en ben jezelf.’

De jeugd lijkt wel een neus te hebben voor authenticiteit en ze trekken zich weinig aan van protocollen en regels.

Dat slaat aan en vooral bij de jongere generatie. Die hebben een broertje dood aan de gelikte verhalen van glibberige autoverkopers die achter hun rug met sjoemelsoftware bezig zijn. De jeugd lijkt wel een neus te hebben voor authenticiteit en ze trekken zich weinig aan van protocollen en regels. Bij mij zelf heeft de komst van de kinderen ertoe bijgedragen dat ik minder materialistisch en egoïstisch ben geworden. Ik ben minder met financiële zaken bezig en meer met geluk, schoonheid, natuur en emotie. Die omslag zie je wel vaker bij vaders. Daardoor sta je meer open voor signalen van buiten, die je vroeger waarschijnlijk gewoon blokkeerde. Je neemt meer waar. Hierdoor raak je ook gemotiveerd om meer bij te dragen aan het grotere geheel.”

Ruimte voor passie

Ik antwoord met dat het in die zin heel eenvoudig is, want dat is voor iedereen heel dichtbij. Iedereen kan zich tenslotte openstellen, meer waarnemen en zich authentiek uitspreken. Geelen haakt hierop aan en zegt: “Het enige is dat je mensen dan ook zelfvertrouwen moet bijbrengen zodat ze dat ook durven, dat ze durven te handelen op hun eigen manier. Respect is daarbij onmisbaar.” Deze uitspraak maakt mij nieuwsgierig naar hoe Geelen hier zelf binnen zijn bedrijf mee omgaat.

Foto door Adam Mork

“Wij zijn een technisch bedrijf in Limburg en mijn vader en oom zijn de oprichters. Zij stonden het liefst zelf met de bezem in de werkplaats of ze stonden in de fabriek van de klant met de overall aan te sleutelen aan onze machines. Dat zit diep in de wortels van dit bedrijf. Met dit nieuwe kantoor zijn we nog een slag informeler geworden, met identieke werkplekken voor iedereen en geen aparte kantoren voor directie of managers. Respect moet je bij ons verdienen en dat geldt voor iedereen. Deze manier van werken geeft mensen veel vrijheid. Dat krijgen we ook vaak terug uit evaluatiegesprekken. De vrijheid die wij mensen geven om hun eigen ding te doen die is enorm.”

Ik vraag hem om een voorbeeld te geven. Geelen: “Als wij een verkoper aannemen voor een verkoop-gebied, dan overdrijf ik eigenlijk maar een beetje als ik zeg: ‘Nou dit is Azië, dit zijn onze machines en veel succes!’ Je bepaalt hier zelf met welke agenten of distributiekanalen je gaat werken. Je moet zelf maar uitzoeken in welke landen wat te doen is en waar je überhaupt moet zijn. Je kiest zelf hoe je een land benadert, je maakt je eigen presentatie en planning. Dat zou je allemaal centraal kunnen regelen, maar dat doen wij dus juist niet.

Het enige is dat je mensen dan ook zelfvertrouwen moet bijbrengen zodat ze dat ook durven, dat ze durven te handelen op hun eigen manier.

Een jaar later krijg je in evaluatiegesprekken te horen dat mensen hun ‘eigen kar trekken’ geweldig vinden. Overigens moet ik daar wel één nuance bij maken. We zijn aan de ene kant heel informeel en respectvol. Aan de andere kant geloof ik ook dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. Ik ben dus wel streng op het moment dat mensen de kantjes eraf lopen. Dan grijp ik hard in, want dan is het juist noodzakelijk om de rust te bewaren. We hebben hier in het verleden weleens mensen gehad die in de categorie raddraaiers thuishoorden. Daar heb ik de eerste keer teveel geduld mee gehad. Dat is ook de enige periode in mijn carrière geweest dat ik ’s nachts wakker heb gelegen van mijn werk. Dat had niks te maken met resultaat, financiën of verkoop. Dat ging om de sfeer in het team. Achteraf gezien had ik veel sneller moeten ingrijpen. Dat heb ik inmiddels wel geleerd. Als er ergens iets serieus escaleert, dan grijp ik sneller in. Dat is beter voor het team en dan houden we het oog op de bal.

Het is overigens mooi om te zien dat mensen die goed passen binnen ons team vaak ook gemotiveerd zijn om een bijdrage te leveren aan een betere wereld, hoe dan ook. Onze doelstelling om 100% duurzaam te worden en daar met passie aan te werken is gunstig voor onze positie op de arbeidsmarkt en voor de motivatie van ons team.

Wil je meer weten over het meest duurzame kantoor van Geelen Counterflow? Lees dit artikel of neem 
zelf een kijkje in het pand via deze inspirerende video. Voor de trailer van ‘Chasing Coral’, klik hier.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmailFacebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail